DNA-Vaderschapstest, hoe zit dat in mekaar?

- DNA-Verwantschapsanalyse - - DNA-Identificatie - - Maatschappelijke Discussie - - Statististisch verduidelijkt - - FAQ -
">

Deze website over de DNA-vaderschapstest wordt nog regelmatig uitgebreid.


Maatschappelijke Discussie ivm. Verwantschapstesten:
Mythen en Waarheden over DNA

De alomtegenwoordigheid van DNA

Overal laten we DNA achter.
   Haren (voor zover er een haarwortel aan hangt), huidschilfers (kledij, hoofddeksels, enz.), speeksel (rand van een glas, tandenborstel, sigarettenpeuk), vingerafdrukken, faeces, e.a. lichaamsvloeistoffen (zoals een druppeltje opgedroogd sperma).

Zonder het te vermoeden verspreiden we ons DNA. Zonder het te vermoeden beschikken we over DNA van anderen, ook al spannen we ons niet in om er te winnen.

De alomtegenwoordigheid van genetische informatie

Men moet zelfs geen DNA achterlaten om genetische informatie over zichzelf vrij te geven. Ziet men een kind dat overduidelijk nogal zeldzame kenmerken van beide ouders heeft, dan zit daar informatie in. Ziet men twee ouders met blauwe ogen maar het kind heeft donkere ogen dan bestaat er zeer ernstige twijfel over het ouderschap.
   Zonder het te willen (men kan zijn ogen toch niet afdekken om het niet te zien) wint men reeds informatie in over DNA en ouderschap.

De kennis van het DNA-profiel van een kind betekent dat de "helft" van het DNA van iedere ouder gekend is (of: een kwaadwillig of uit onkunde verspreide mythe versplinterd!)

Inderdaad bevat het DNA-profiel van een kind de helft van het DNA-profiel van iedere ouder. Maar...

1.    Met de kennis van het DNA-profiel van zowel het kind als van een van de ouders, is het inderdaad zo dat voor een 11-tal (van de 15 meestal geteste) merkers in DNA-profielen de helft van het DNA van de andere ouder kan afgeleid worden. Dat betekent echter niet dat de ouder eenduidig kan bepaald worden. Er kunnen immers nog ruwweg 411 x 5 8 = 2 x 1012 mogelijke individuen (= 300 wereldbevolkingen) bestaan die betreffende "helft" van het DNA hebben (Dit is een zeer grove benadering tgv sterk vereenvoudigde veronderstellingen: 5 mogelijke even waarschijnlijke varianten voor iedere merker). Die zgn. "gekende" helft van het DNA kan dus geenszins de andere ouder identificeren.

2.    Slechter nog, met enkel de kennis van het DNA-profiel van een kind weet men zelfs niet "welke" helft. En dit geldt voor iedere van de (meestal) 15 geteste merkers in het DNA-profiel. Als er 3 merkers dubbel voorkomen bij het kind dan zijn er 212 = ong. 4000 verschillende halve DNA-profielen van mogelijke ouders. Er is dus absoluut niets (ruwweg 4000x minder dan in het eerste geval) gekend over het halve, laat staan volledige, DNA-profiel van de ouder.

Mythe: De kennis van het DNA-profiel van een kind is reeds een inbreuk op de privacy van een ouder wiens DNA-profiel NIET afgenomen werd.
Wel integendeel: er lopen duizenden, zoniet miljoenen, mensen rond met hetzelfde "halve" DNA-profiel.

Verschil tussen een DNA-profiel en de volledige "kennis" van het DNA

Het DNA-profiel waarvan sprake in deze context is een reeks getallenparen: voor (meestal) 15 merkers heeft men 2 varianten per merker. Ieder van die varianten is afkomstig van een van de ouders. Voor iedere merker bestaan 5-20 zulke mogelijke varianten.

De kennis van het DNA-profiel is te vergelijken met een vingerafdruk, die door beeldverwerkingsspecialisten --juist zoals een DNA-profiel-- tot een reeks getallen (kenmerken, features) gereduceerd wordt.

Een-eiige Tweelingen: Let wel, mbv DNA-verwantschapsanalyse kunnen een-eiige tweelingen niet onderscheiden worden. Ze hebben wel verschillende vingerafdrukken.

Volledige DNA-sekwentie: het opslaan (en dus niet vernietigen) van het oorspronkelijke DNA-staal (dwz. de kennis van het volledige DNA) staat gelijk met de kennis van dramatisch meer genetische informatie over een individu dan wat vervat is in het hierboven vermelde DNA-profiel. Tot Jurassic Park-toestanden zal het wel niet komen, maar met echt DNA kan men nu, of evt. later, als de wetenschap verder gevorderd zal zijn, massa's (o.m. medische) informatie inwinnen over een individu. De voor identificatie gebruikte DNA-merkers laten niet toe zulke informatie af te leiden omdat ze gebaseerd zijn op sekwenties die geen eiwitten encoderen.

Kunnen DNA-profielen vingerafdrukken vervangen?

In sommige landen is het reeds gemeengoed DNA-profielen (dus niet de stalen) van veroordeelden te bewaren in een databank. Elders bewaart men zelfs de profielen van al wie ooit beschuldigd is geweest. Stemmen gaan op om DNA-profielen te gebruiken als een standaard onderdeel van het rijksregister of van de identificatiegegevens op de nationale identiteitskaart. Eigenlijk is dit goed vergelijkbaar met het bewaren van vingerafdrukken, met dien verstande dat extra voorzorgen nodig zijn voor het onderscheiden van eeneiïge tweelingen (iets dat, zelfs met de tot nog toe gebruikte methodes geen evidente zaak is!). Het is niet zonder reden dat een DNA-profiel ook DNA-vingerafdruk wordt genoemd.

Doordenkertje: Kunnen DNA-profielen nuttig zijn bij de geboorte-aangifte?

M.b.v. DNA-profielen kunnen verwantschappen geverifieerd worden. Traditioneel is die informatie ook beschikbaar via de aangifte bij de gemeente na de geboorte. Deze methode is niet echt betrouwbaar omdat de biologische vader niet noodzakelijk deze is van de aangifte. De geregistreerde gegevens steunen enkel op verklaringen van de aangever. Deze situatie kan gewenst of ongewenst zijn, of, anders bekeken: geweten of ongeweten. Latere correcties van de erkenning van het kind zijn omslachtig en gebeuren dikwijls in een sfeer van wantrouwen.

Sommigen stellen zich terecht de vraag of het niet wenselijk zou zijn dat de aangifte direct waarheidsgetrouw gebeurt, nl. op basis van een DNA-staal (ipv. een gewone verklaring bij de aangifte), met evt. een soepelere regeling voor (de erkenning van) het wettelijk vaderschap.
    In ieder geval moet er een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het werkelijk biologische ouderschap en het wettelijk ouderschap (met als voornaamste overweging het belang van het kind). Nu reeds bestaan er wetgevingen die deze concepten van mekaar loskoppelen, zodat bv. de kennis van het biologische ouderschap niet noodzakelijk kan aangevoerd worden (bv. enkel in een beperkte periode en/of bij afwezigheid van emotionele banden door opvoeding) om het wettelijk ouderschap te wijzigen of te betwisten.
    Maar de bestaande onduidelijkheden worden door sommigen aangevoeld als voorbijgestreefd door de steeds voortschrijdende technologie.

 

Meer hierover in deze FAQ